
Wat houdt selectiviteit in bij elektriciteit?
Met selectiviteit in een groepenkast wordt bereikt dat indien een zekering in een van de groepen in een woning er uit klapt, dat de hoofdzekering in tact blijft. Dit zorgt er voor dat bij overbelasting of kortsluiting in één groep, dit géén gevolgen heeft voor de andere groepen, die blijven elektriciteit krijgen omdat de hoofdzekering niet er uit klapt.
zekering / automaat
Vanwege de leesbaarheid van dit artikel gebruiken we de term "zekering", maar moet je dit lezen als zekering / stop / smeltveiligheid, installatieautomaat (kortweg: automaat) of aardlekautomaat. Al deze termen zijn synoniemen of alternatieven en vervullen allemaal de taak als bescherming van de bedrading tegen overbelasting of kortsluiting. De aardlekautomaat heeft overigens nog een extra taak en dat is dat hij ook een aardlekschakelaar functie herbergt. Maar zelfs die functie wordt meer en meer gebruikt voor het detecteren van kortsluitingen, lees hier meer over in dit artikel.
Selectiviteit, het idee
Een woning (of ander gebouw) is voorzien van een aansluiting op het net. Die netaansluiting is voorzien van een slimme meter (kWh meter) en een zekering (enkelfase) of zekeringen (drie fase). Dat wordt de hoofdzekering (of zekeringen) genoemd. Dat zijn zekeringen die de netbeheerder heeft geplaatst.
In de meterkast hangt een groepenkast en daar komt de elektriciteit, van uit de hoofdzekering, binnen en wordt de elektriciteit verdeeld over meerdere elektriciteitsgroepen. Iedere groep is voorzien van een eigen zekering.
Wanneer in één van die groepen een zekering door overbelasting of kortsluiting er uit knalt, dan wil je liever niet dat de hele woning zonder stroom, dus ook zonder licht komt te zitten. Dus als een zekering in een bepaalde groep er uit gaat, dan moet dus niet de hoofdzekering van de netbeheerder er uit gaan. Althans, dat is dus het doel van selectiviteit.
De zekering van de netbeheerder is vaak nog uitgevoerd als een (ouderwetse maar nog veel gebruikte) "stop" (zekering/smeltveiligheid), zou die netbeheerderszekering er uit klappen dan moet je de netbeheerder bellen en die moeten langs komen om die stop te vervangen. Vaak kost dat geld. Dat komt omdat de hoofdzekering in dat geval in een afgesloten verzegeld kastje zit. Alleen dat al zou een overweging kunnen zijn om te streven naar selectiviteit.
Daarnaast, als het buiten donker is, en alle elektriciteit uit zou uitvallen doordat de hoofdzekering er uit klapt, dan moet je op de tast naar de meterkast om te kijken of je het probleem zelf kan oplossen of dat je de netbeheerder moet bellen.
Het is natuurlijk veel prettiger als een zekering doorslaat om, naar de meterkast te lopen en die zekering te vervangen of te resetten, en dat terwijl overal (behalve bij die ene groep) het licht nog brand.
NB: sinds begin van de jaren 2000 (ruwe schatting) plaatsten netbeheerders geen stoppen / zekeringen meer maar gebruikt men een installatieautomaat. Dat is een zekering die je zelf kan resetten. Valt de hoofdzekering uit, dan kan hoef je niet te bellen maar zet je het hendeltje van de automaat, die dan naar beneden staat, weer om hoog. Wel zo prettig, je hebt meteen weer stroom, en het kost je niets.
Hoe wordt selectiviteit bereikt?
Selectiviteit wordt niet bereikt door gebruik van een of ander apparaatje, maar door simpelweg de juiste keuze te maken voor zekeringen van een bepaalde waarde voor de elektriciteitsgroepen in de woning.
Bij selectiviteit houdt men de 1,6x regel aan. De zekeringen in een groep moet een 1,6x lagere waarde hebben dan de zekering die daarvoor zit (richting de netaansluiting). Heeft de hoofdzekering een waarde van bijvoorbeeld 25 Ampère, dan moeten de zekeringen daarna een waarde hebben van maximaal 25 / 1,6 = 15,625 afgerond 16 Ampère hebben. Zou je in dit voorbeeld de zekering van een groep 20 of 25 Ampère zijn, dan is er géén sprake van selectiviteit.
Doordat de zekering in een groep een flink lagere waarde heeft, 16A in dit voorbeeld, dan de hoofdzekering, 25A in dit voorbeeld, zal zodra een stroom vloeit die hoger is dan 16 Ampère, wél de zekering van de groep er uit gaan, maar niet de hoofdzekering.
Heb je een hoofdzekering van 35 Ampère, dan horen daar zekeringen van 35 / 1,6 = 21,875 afgerond 20 Ampère óf lager bij. Bij een 35 Ampère netaansluiting worden meestal groepzekeringen van 16 Ampère gebruikt, maar dat zou dus ook 20 Ampère mogen zijn maar dan moet daar wel de bekabeling op berekend zijn. Natuurlijk mag een zekering met een nog lagere waarde toegepast worden.
Heb je, als voorbeeld, een 40A hoofdzekering, en de zekeringen in de groepen zijn maximaal 25A (20A of 16A mag natuurlijk ook), dán is de elektrische installatie "selectief".
Naast die factor 1,6 wordt ook wel de term "één zekering waarde overslaan" gebruikt, wil je selectief blijven. Dat leggen we even uit. Zekeringen zijn verkrijgbaar in bepaalde waarden dat zijn 10A, 16A, 20A, 25A, 40A en nog een hogere waarde. Een zekering van 11 of 12 Ampère zal je niet vinden. Het is 10A of eentje groter een 16A zekering. Wil je selectief zijn, dan moeten tussen de zekeringen van de groepen en de hoofdzekering altijd één zekering waarde er tussen zitten, of anders gezegd, je moet één zekeringwaarde overslaan. Denk dan aan dit rijtje zekeringwaarden: 10A, 16A, 20A, 25A, 32A, 40A. Als voorbeeld, bij een 25A hoofdzekering horen dus (maximaal) 16A groepzekeringen, want tussen 16 en 25A zit de 20A zekeringwaarde "tussen" (of die waarde heb je overgeslagen).
Is selectiviteit verplicht?
In de NEN1010 / bouwbesluit heeft ooit gestaan dat selectiviteit verplicht is. Een aantal jaar geleden is de NEN1010 aangepast op dit punt en schrijft men over selectiviteit dat het een "aanbeveling" is. Dus niet verplicht, maar wel slim om te doen. Het is slim om te zorgen dat bij een storing in één groep niet je hele huis zonder licht komt te zitten. Maar verplicht? Nee, niet (meer) verplicht (bij particulieren).
Heeft selectiviteit te maken met elektrische veiligheid?
Selectiviteit heeft niets te maken met elektrische veiligheid. Als je geen selectiviteit toepast, dus de zekeringen in de groepen even groot zijn als de hoofdzekering (een vreemde stelling omdat dan ook de bekabeling berekend moet zijn op die zwaardere zekeringen), dan is de veiligheid totaal niet in het geding. Je moet alleen accepteren dat bij een kortsluiting of overbelasting de hoofdzekering er mogelijk uit knalt. Dat is alles.
Hoe groot is de kans dat de hoofdzekering er uit knalt?
Als je selectiviteit toepast, krijg je niet de zekerheid dat de hoofdzekering er nooit uitklapt, maar die kans is in ieder geval gering. Bij overbelasting zal selectiviteit zorgen dat de hoofdzekering in tact blijft. Bij een kortsluiting bestaat, ook bij selectiviteit, dat de hoofdzekering er uit klapt.
Wat naast selectiviteit extra helpt is het gebruik van verschillende uitschakelkarakteristieken van zekeringen. De uitschakelkarakteristiek is in lekentaal "de snelheid waarmee zekering reageert".
Een B-karakteristiek zekering reageert sneller (schakelt sneller uit) dan een C-karakteristiek zekering en een D-karakteristiek is nog trager (de B-, C- en D- karakteristieken zijn de gebruikelijke waarden bij zekeringen). Verdiepingsstof vindt je in dit artikel.
Stel je hebt een groep gezekerd met een B20 automaat (20 Ampère, B-karakteristiek). De hoofdzekering is een C25 (25 Ampère, C-karakteristiek). Als de B20 automaat in een groep er uit knalt dan bestaat de kans dat de hoofdzekering er niet uit gaat. Dat komt doordat de hoofdzekering een C-karakteristiek zekering is en de zekering in de groep een B-karakteristiek heeft. In lekentaal: een C-karakteristiek zekering reageert trager (klapt er minder snel uit) dan een B-karakteristiek zekering.
Het is allemaal net wat complexer
De uitleg over selectiviteit die we hierboven hebben beschreven is een bewust vereenvoudigde versie, bedoeld voor leken.

Verder lezen
Dit artikel maakt deel uit van een artikelenreeks waarbij we de vele aspecten van elektriciteit bespreken.
publicatie: 20260611
aanpassing/controle: 20260912
Foutje of aanvulling? Stuur ons een reactie
