zekering

zekering

Een zekering is een onderdeel van een elektrische installatie die de stroom in een elektrisch circuit zal onderbreken als een té grote stroom vloeit waardoor de draad of kabel oververhit kan raken en mogelijk brand zou kunnen ontstaan. Een zekering beschermd dus niet de aangesloten apparatuur maar primair de draad of kabel tegen oververhitting.

Categorie: elektriciteit
Synoniem: smeltveiligheid
Vertaling: Engels: fuse, breaker Duits: sicherung, schmelzsicherung
Gerelateerd: automaat (elektriciteit), vlamboog

Betekenis

Een zekering, ook wel smeltveiligheid of "stop" genoemd (vroeger werd een groepenkast ook wel stoppenkast genoemd), is een een onderdeel dat traditioneel bestaat uit een klein dun draadje dat zich bevindt in een hittebestendig omhulsel. Dat draadje zal onder normale omstandigheden de stroom geleiden, maar als de stroom té hoog wordt zal dit draadje zo heet worden dat het doorsmelt, daardoor wordt het elektrisch circuit onderbroken en wordt het langdurig vloeien van een té hoge elektrische stroom, of kortdurende een hoge kortsluitstroom voorkomen.

Een zekering is dus een veiligheidsonderdeel die primair een draad of kabel beschermd tegen te grote stromen.

Hoe groot "té groot" is, wordt bepaald door de dikte van de draad die beschermd moet worden. De sterkte van de zekering, die uitgedrukt wordt in Ampère (A) moet dus afgestemd worden op de maximaal toelaatbare stroom voor de te beschermen draad.

In groepenkasten zaten tot circa 1975 "zekeringen". Na die tijd werden "automaten" (ook wel: installatieautomaten) gebruikt in plaats van zekeringen. Een automaat vervult exact dezelfde functie als een zekering. Het verschil is dat een zekering voor eenmalig gebruik is en vervangen moet worden nadat hij doorgeslagen is. Bij een automaat springt een knopje om, en als je deze weer terugduwd dan wordt de elektriciteit weer ingeschakeld.

Een zekering of automaat beschermt tegen twee verschillende ongewenste situaties: 1. langdurige overbelasting en 2. tegen een kortsluiting. Bij een kortsluiting zal de zekering vrijwel meteen doorbranden, terwijl bij een overbelasting pas na langere tijd, denk aan iets tussen een minuut of half uur (dit is afhankelijk van de mate van overbelasting), de zekering zal doorsmelten.

Zekeringen worden niet alleen toegepast bij wisselstromen zoals in een groepenkast, maar ook bij gelijkstroom zoals in een auto waarbij de draden naar de accu voorzien zijn van een zekering, ook hier weer om te voorkomen dat een draad in de auto té warm wordt.

De belangrijkste eigenschappen van een zekering zijn: de maximale spanning waarbij ze gebruikt mogen worden, of ze geschikt zijn voor wisselspanning (AC) of gelijkspanning (DC), de zekeringwaarde (de stroom die maximaal toegestaan is tijdens normaal bedrijf, door technici In of de nominale stroom genoemd), de snelheid waarmee de zekering reageert (normaal [B-karakteristiek], traag [C-karakteristiek], of zeer traag [D-karakteristiek]) en de maximaal te kunnen onderbreken kortsluitstroom (zonder dat langdurig een vlamboog ontstaat).

Meer informatie

Meer informatie is te lezen in het artikel over de (DC) zekering.

Welkekiezenglossarium

In dit glossarium zijn nog veel meer termen te vinden, van "aanlegthermostaat" tot "zonnecollector", zie het welkekiezenglossarium


publicatie: 20250801

aanpassing/controle: 20250801

Foutje of aanvulling? Stuur ons een reactie