waterzijdig inregelen

waterzijdig

Waterzijdig inregelen heeft primair tot doel om de temperatuurverschillen tussen kamer te minimaliseren of te zorgen dat in iedere kamer de gewenste temperatuur wordt bereikt. Secundair wordt er naar gestreefd om de verwarming zo energiezuinig te laten functioneren.

Categorie: verwarming, afgiftesysteem, cv-warmtepomp, cv-ketel
Vertaling: Engels: hydronic balancing, hydraulic balancing, Duits: hydraulischer Abgleich, Frans: équilibrage en hydraulique

Betekenis

In een centraal verwarmingssysteem wordt door de warmtebron warmte geproduceerd en wordt cv-water gebruikt om deze warmte te transporteren naar de onderdelen van het afgiftesysteem zoals radiatoren en vloerverwarmingsgroepen. Een circulatiepomp zorgt voor waterdruk waardoor het water in cv-systeem rondgepompt wordt.

Doordat alle onderdelen van het afgiftesysteem, gezien vanuit de circulatiepomp, parallel staan zal de druk van de pomp in de radiator[1] die het dichtst bij de pomp staat het hoogst zijn. De radiator die het verst van de pomp staat ontvangt de laagste waterdruk.

Deze drukverschillen zorgen dat het debiet in de verst verwijderde radiator veel lager is dan de radiator vlakbij de circulatiepomp. Hierdoor zal de warmteafgifte van de radiatoren verschillend zijn. De vermogensafgifte van een radiator is namelijk gelijk aan het debiet x 4186 x delta-T, waarbij delta-T het verschil in temperatuur is tussen de aanvoer en retour van de radiator, en 4186 de soortelijke warmte is van water (in J/(kg.K). Stijgt het debiet met bijvoorbeeld een factor twee, dan zal ook de warmteafgifte met een factor twee toenemen. Het verband tussen het debiet en warmteafgifte is dus lineair en zeer bepalend voor de warmteafgifte.

Bij het waterzijdig inregelen streeft men, in principe, naar een debiet die in alle radiatoren gelijk is, of nog preciezer: dat in alle radiatoren het debiet gelijk is aan ontwerp debietwaarde van de betreffende radiator[2]. Of streeft men dat de temperatuur in de betreffende ruimte gelijk is aan de gewenste temperatuur.

Bij het ontwerp van het centrale verwarmingssysteem is per ruimte de grootte van de radiator(en) afgestemd op het warmteverlies van die ruimte. De grootte van de radiator is echter een benadering (radiatoren zijn maar in een beperkt aantal groottes verkrijgbaar) waardoor in de praktijk in de ene ruimte een iets te grote radiator hangt en in de andere ruimte deze net te klein is. Dus al zou het debiet in alle radiatoren overal gelijk zijn, dan nog zullen tussen de ruimtes temperatuurverschillen ontstaan. Door het waterzijdig inregelen wordt niet alleen het debiet in de radiatoren geharmoniseerd, maar worden ook kleine verschillen in warmteafgifte vanwege een iets te grote of te kleine radiator geëlimineerd.

Het waterzijdig inregelen, waarbij dus het debiet per radiator wordt aangepast. vindt plaats door wijzigen van de instelling van het voetventiel. Het voetventiel is een optioneel onderdeel van een radiator die zich meestal bevindt in de retouraansluiting van de radiator of vloerverwarmingverdeler. Sommige radiatorkranen hebben een gecombineerd instelbaar ventiel. De gebruiker kan de radiatorkraan open of dichtzetten maar de installateur heeft (door de knop te verwijderen en gebruik te maken van een speciaal stukje gereedschap) het ventiel ingesteld op een bepaald maximaal debiet. Zoals we al schreven, een voetventiel is optioneel en als deze afwezig is dan is waterzijdig inregelen niet mogelijk.

Bij het waterzijdig inregelen wordt veelal vooral voor een pragmatische aanpak gekozen.

  1. Zet alle radiatorkranen open
  2. Zet de kamerthermostaat "hoog" waardoor de warmtebron continue warmte produceert. Wacht een minuut of 15 zodat de radiatoren voldoende opgewarmd zijn.
  3. Meet met een infrarood thermometer[3] de temperatuur op de radiator vlak bij de aanvoer en retouraansluiting. Streef er naar dat de delta-T (verschil aanvoer- retourtemperatuur) circa 20-25% is. Wanneer de temperatuur bovenin de radiator bijvoorbeeld 50°C is, dan is het streven dat de temperatuur onderin de radiator 12,5°C (dus 25%) lager is, dus 37,5°C. Een alternatief is om de ruimtetemperatuur te meten, wanneer deze te laag is moet het debiet omhoog (voetventiel meer open) en bij een te hoge ruimtetemperatuur moet met het voetventiel het debiet geknepen worden.

  4. wijzig het voetventiel met een inbussleutel: temperatuurverschil te groot? draai voetventiel linksom: meer open / hoger debiet. Is het temperatuurverschil te klein? draai het voetventiel rechtsom: dichter / lager debiet). NB: na aanpassing minimaal 15 minuten wachten tot de temperatuur gestabiliseerd is
    1. Om de tekst leesbaar te houden gebruiken we hier alleen de term radiator, maar dit geldt natuurlijk voor alle onderdelen van het afgiftesysteem zoals vloerverwarmingsgroep, convectorput, muurverwarming, plafondverwarming of ventilatorconvector.
    2. Bij een radiator of ander onderdeel van het afgiftesysteem wordt de warmteafgifte (meestal uitgedrukt in Watt) gespecificeerd bij een bepaald debiet (en een bepaalde delta-T, het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour). Dit debiet kan per fabrikant verschillen.
    3. Plak op de radiator een zwart stukje isolatietape (en meet dat stukje met je IR-meter) omdat metingen met een infrarood thermometer op reflecterende oppervlakten sterk kunnen afwijken. Let er tevens op dat je de IR-meter zeer dicht bij de isolatietape houdt omdat op grotere afstand niet het tape maar een grote omgeving er omheen gemeten wordt (zie de relatie van afstand en de oppervlakte van de meting dat afgebeeld staat op de IR-meter).

    Welkekiezenglossarium

    In dit glossarium zijn nog veel meer termen te vinden, van "aanlegthermostaat" tot "zonnecollector", zie het welkekiezenglossarium


    publicatie: 20230930

    aanpassing/controle: 20231215

    Foutje of aanvulling? Stuur ons een reactie