Omschakelaar met en zonder voor- en na-ijlende geschakelde nul

In dit artikel beschrijven we dat er twee totaal verschillende type driefaseomschakelaars te koop zijn. Als je de verkeerde koopt, of de juiste procedure niet vogt tijdens het omschakelen, zal zeer waarschijnlijk 50% van de elektrische apparaten defect raken indien je deze schakelaar "omschakelt".
Het probleem
Een driefaseomschakelaar (lees meer over de omschakelaar) schakelt vier contacten, drie fases en een nul. Tijdens het omschakelen worden al deze contacten tegelijkertijd onderbroken dan wel gemaakt. Dat lijkt gevoelsmatig precies wat deze schakelaar moet doen, maar dit is totaal ongewenst gedrag en zal met een grote waarschijnlijkheid leiden dat circa de helft van je elektrische apparaten (die ingeschakeld zijn) defect raakt. Dat is een duur grapje en kan voorkomen worden.
Het probleem schuilt er in dat de fases en de nul tegelijkertijd geschakeld worden. Maar echt tegelijkertijd, dat bestaat niet. Er is altijd wel een klein verschil in tijd tussen het maken of verbreken van de vier contacten.
Wanneer tijdens het afschakelen de nul een fractie eerder (we hebben het over milliseconden) dan de fases wordt geschakeld, of als tijdens het inschakelen de nul een fractie later dan de fases wordt ingeschakeld, dan hebben we te maken waar iedere elektricien nachtmerries van krijgt en het zweet hem uitbreekt: een zwevende nul.
Een goede, maar veel duurdere, driefaseomschakelaar zal tijdens het uitschakelen de nulverbinding vertraagd uitschakelen, een zogenaamde "na-ijlende nul". Tijdens het inschakelen zal deze schakelaar de nul eerder dan de fases inschakelen dat we een "voorijlende nul" noemen.
Wat er ook gebeurd, tijdens het schakelen zal altijd de nul (al of nog) aanwezig zijn zolang de fases ingeschakeld zijn. De nul wordt dus altijd pas uitgeschakeld nadat de fases uitgeschakeld zijn, of wordt de nul ingeschakelt voordat de fases ingeschakeld worden. Een "zwevende nul" is bij dit type omschakelaar onmogelijk.
Zwevende nul: een garantie voor kapotte apparatuur
Een driefase aansluiting "met een zwevende nul", betekent dat de drie fases spanningsvoerend zijn, maar dat de nul (nog) "niet aanwezig is". De nul is vergeten aan te sluiten of is voor (zeer) korte tijd of wat langdurig niet aanwezig (onderbroken/losgeschoten). Verdiepingsstof tref je aan in het artikel over de een zwevende nul.
Hoe het mogelijk is dat bij een zwevende nul op 230 volt apparatuur een spanning kan komen te staan van haast 400 Volt, dat leggen we uit in dit artikel.
Beste oplossing

let op het nul-contact symbool aan de rechterkant in het midden
Wil je zonder nadenken en zonder zorgen een driefaseomschakelaar gebruiken, koop dan een omschakelaar met de eerder genoemde na- en voorijlend nulcontact.
Je zou daarbij kunnen kijken naar bijvoorbeeld de Kraus & Naimer KA63B.T904.VE2, de Sontheimer ULO63/4T/NS/Z101/F976 en de Eaton QM63/3N om er een paar te noemen. Deze omschakelaars zijn wel groot in omvang en flink aan de prijs.
Bedenk dat de hiervoor genoemde driefaseomschakelaars niet zomaar omschakelaars zijn, maar een speciale versie met voor- en naijlende nul-contact zoals in dit artikel beschreven.

Ga er van uit dat andere driefase omschakelaars niet zo'n voor- en naijlende nul hebben, tenzij dit uitdrukkelijk is vermeld. Je kan controleren of een driefase omschakelaar zo'n speciaal nulcontact heeft doordat op de omschakelaar dit duidelijk aangegeven is met een symbool waarbij het schakelcontact een soort "hamertje" heeft (zie foto).
Goedkope, alternatieve oplossing
Een alternatief is om een "normale" omschakelaar te gebruiken, dus zonder dat speciale nulcontact, maar dat vereist dan wel discipline. Je moet namelijk strikt een bepaalde procedure volgen. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat dat elektrische apparatuur die ingeschakeld is defect raakt vanwege een te hoge spanning zoals we hiervoor in het artikel hebben beschreven.
Een "gewone" driefaseomschakelaar, die dus geen na- en voorijlende nul heeft, is bijvoorbeeld de Hager SFT440. Als je zo'n omschakelaar wil omschakelen, dan moet je de volgende werkwijze hanteren:
- Schakel eerst alle automaten (of zekeringen) in de groepenkast uit die in verbinding staan met deze omschakelaar (hierdoor worden alle apparaten in de woning spanningsloos).
- Schakel de omschakelaar om, van 1 via 0 naar 2 of andersom.
- Schakel weer alle automaten (of zekeringen) in de groepenkast in die in verbinding staan met de omschakelaar.
Wat met bovenstaande werkwijze bereikt wordt is dat je eerst alle groepen die je wil omschakelen spanningsloos maakt. En als ze spanningsloos zijn, dan kan ook geen apparaat doorbranden (vanwege een te hoge spanning).
Daarna schakel je om met de omschakelaar en zet je daarna weer (stuk voor stuk) spanning de aangesloten groepen.

Verder lezen
Dit artikel maakt deel uit van een artikelenreeks waarbij we de vele aspecten van elektriciteit bespreken.
publicatie: 20250808
aanpassing/controle: 20260723
Foutje of aanvulling? Stuur ons een reactie
